Mickey

Mickey

Afgezien van twee hamsters die ik als klein kind had, was Mickey mijn eerste huisdier. Ik haalde hem als kitten op bij een huis ergens op het platteland waar ik nog 50 gulden moest betalen ook voor het voer en ontwormen en dergelijke. De dag erop bracht ik hem naar een dierenarts voor een eerste check, en deze had nog nooit zoveel wormen en vlooien bij elkaar gezien als bij deze kat.

Het was een schatje, maar tegelijkertijd ook geen makkelijke kat. Dat zou deels ook het gevolg kunnen zijn geweest van beginnersfouten van mijn kant. Hij liet zich graag knuffelen, maar kon ook opeens in mijn arm of onderbeen springen als hij even ‘wild’ werd. Hij beet nooit door, al leverde zijn enthousiasme me regelmatig flinke schrammen op. En eigenlijk hield ik op die momenten nog het meeste van hem. Zijn symmetrische rugtekening leek wel een Rorschach-afbeelding en ik heb me er altijd over verbaasd hoe wit zijn witte haren waren.

Helaas werd hij ‘maar’ 10 jaar oud. Hij was nooit ziek, tot hij op een gegeven moment voor mijn gevoel iets te lang met zijn hoofd boven het bakje met brokjes bleef hangen. Die avond zat hij midden in de huiskamer stilletjes op een kleedje. Toen hij de ochtend erop nog steeds op diezelfde plek zat bracht ik hem naar de dierenarts die constateerde dat hij leed aan acuut nierfalen in combinatie met diabetes. Blijkbaar merk je nierfalen, en zeker bij een kat, pas als het eigenlijk al te laat is. We hebben toen besloten hem na twee dagen observatie te laten inslapen, want volgens de dierenart moest hij zich akelig beroerd voelen.

Hij ligt nu begraven op een veldje bij de boerderij van de moeder van een vriend, tesamen met andere overleden huisdieren. Een betere plek had ik me niet kunnen wensen.

Laat een reactie achter

*